#KEV | klimaatdoelen | woningcorporaties

De Klimaat- en Energieverkenning (KEV) van 2022, die begin november werd gepresenteerd, had een sterke boodschap: op deze manier gaan we het doel van 55% emissiedaling in 2030 simpelweg niet halen. Zowel de uitvoering van het huidige beleid als de formulering van aanvullende maatregelen vragen om een extra stap vooruit. Want met voldoende reductie van broeikasgassen kunnen we niet langer wachten.

Voor alle sectoren samen is er nog 12 tot 36 megaton emissiereductie nodig. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft de huidige stand van zaken in beeld gebracht. Hierin is onderscheid gemaakt tussen vastgesteld, voorgenomen en geagendeerd beleid. Het goede nieuws is dat er wel degelijk een dalende trend te zien is in broeikasgasemissies sinds 2000. Bovendien zal deze daling ook tot 2030 nog doorzetten. Het minder goede nieuws? Ondanks de potentie van geagendeerd beleid voor 5 á 6 megaton extra reductie, is deze daling nog niet voldoende om de klimaatdoelen te halen.

De gebouwde omgeving

Het vastgestelde en voorgenomen beleid samen zorgen voor een emissiedaling in de gebouwde omgeving naar 18 megaton in 2030 (met een marge van 15 tot 21). Het geagendeerde beleid kan dit potentieel verder reduceren tot 16 megaton (met een marge van 13 tot 19), mits het tijdig wordt uitgevoerd. Bovendien komt hiermee het beoogde doel voor restemissie van 10 tot 11,2 megaton in 2030 nog niet in zicht. Conclusie? Er rest nog een flinke beleidsopgave van 2 tot 9 megaton reductie.

In juni 2022 is het ‘Beleidsprogramma Versnelling Verduurzaming Gebouwde Omgeving’ naar de Tweede Kamer gestuurd. In deze versnelplannen van het kabinet ligt de focus op energiebesparing. De effecten hiervan zijn echter moeilijk terug te vinden in de KEV 2022.

Sommig vastgesteld en voorgenomen beleid is al wel meegenomen door het PBL. Zo is de verlaging van de verhuurdersheffing samen met de prestatieafspraken met woningcorporaties vanwege deze verlaging al ingecalculeerd. Daarnaast zijn een groter subsidiebudget voor isolatie en warmtepompen – respectievelijk ISDE- en SSEH-subsidie – en extra warmtenetaansluitingen ook meegenomen.

De geagendeerde onderdelen die niet tijdig klaarstonden waren onder andere de extra prestatieafspraken met woningcorporaties vanwege volledige afschaffing van de verhuurdersheffing. Ook de normering van hybride warmtepompen en de nationale subsidieregeling voor warmtenetten zijn niet meegenomen.

Energieverbruik van huishoudens

Ondanks ontoereikend beleid, is het energieverbruik in huishoudens veranderd. Volgens het PBL komt dit grotendeels door klimaatverandering, meer eenpersoonshuishoudens, kleine nieuwbouwwoningen, gedragsverandering en aanschaf van moderne apparatuur. Ondanks dat Nederlandse woningen vooralsnog overwegend met gas worden verwarmd, zijn er grote veranderingen te zien in energiecijfers. Het aantal warmtenetaansluitingen neemt toe. Maar met name het gebruik van groene energie is in trek: van 15 petajoule in 2000 naar 41 petajoule in 2021 met een beoogde stijging tot 70 petajoule in 2030. Ook wordt er een stijging van 16 petajoule tot 2030 verwacht door een toenemend gebruik van warmtepompen.

Het PBL verwacht een toename in het aantal hybride warmtepompen van ongeveer 50.000 in 2021 naar 340.000 in 2030. De toename in het gebruik van warmtepompen is bijna volledig toe te schrijven aan nieuwbouwwoningen. Slechts enkele duizenden bestaande woningen zijn overgegaan van aardgas naar warmtenet of -pomp. Hier valt dus nog veel winst te behalen.

Welke geagendeerde maatregelen zijn veelbelovend?

Binnen het geagendeerde beleid verwacht het PBL de grootste winst te behalen uit de normering van hybride warmtepompen en de aanvullende prestatieafspraken met woningcorporaties na afschaffing van de verhuurdersheffing.

Per 2026 wordt het verplicht om bij vervanging van een cv-ketel – waar mogelijk – een hybride warmtepomp, of beter, te installeren. Zoals beschreven neemt het aantal hybride warmtepompen bij voorgenomen beleid al toe naar 340.000 in 2030. Met geagendeerd beleid kan deze toename verder groeien. Bijvoorbeeld door de 288 miljoen euro die beschikbaar is gesteld voor stimulering van hybride warmtepompen in 2022 tot 2024. Om verdere opschaling moed in te spreken is voor de periode 2025 tot en met 2030 nog eens 900 miljoen euro extra vrijgemaakt. Dit bedrag zal grotendeels worden ingezet via de ISDE-subsidie. Onder bevorderlijke omstandigheden kan met het extra geldbedrag het beoogde doel van 1 miljoen hybride warmtepompen worden behaald. Dit kan tot ongeveer 1 megaton extra emissiereductie leiden.

Daarnaast zijn er bindende prestatieafspraken gemaakt met woningcorporaties. Door afschaffing van de verhuurdersheffing hebben woningcorporaties meer financiële middelen om handen om verbetering van de huurwoningen door te voeren. Eerder zijn er al afspraken gemaakt over het elimineren van woningen met energielabels E, F en G vóór 2029. Daarbovenop kwam de afspraak dat er tot 2025 in totaal 500 miljoen moest worden geïnvesteerd in zonnepanelen of hybride warmtepompen in woningen met een D-label of hoger. 

De nieuwe afspraken doen er nog een schep bovenop. Woningcorporaties krijgen tot en met 2030 de tijd om 450.000 volledig van het gas af te halen en 675.000 woningen goed te isoleren. Aanvullend moeten woningen met een D-label of hoger per 2023 een hybride warmtepomp krijgen wanneer de cv-ketel aan vervanging toe is. Al met al kan dit leiden tot maximaal 1,5 megaton emissiereductie.

In deze berekening moet echter wel een onzekerheidsmarge worden toegekend. Het is namelijk onduidelijk hoe deze nationale afspraken tot uiting komen in het lokale speelveld: gemeenten en woningcorporaties. Vanwege deze onzekerheden wordt een 50 procent marge ondervangen. Dit betekent dat een emissiereductie tussen de 0,7 en 1,5 megaton kan worden behaald.

Zorgen en twijfels

De grootste zorgen rondom de KEV 2022 berusten op actie ondernemen. Er staan goede plannen op de agenda, maar de uitvoering ervan is een tweede. Zo is er budget om het onrendabele aandeel van investeringen voor het warmtenet op te vangen. Echter moet deze regeling nog in detail worden uitgewerkt én is de hoogte van het budget voor de komende jaren nog onbekend.

De gascrisis en hoge energieprijzen vormen samen een drijfveer voor verduurzaming van de gebouwde omgeving. Toch zet een versnelling niet echt door. Krapte op de arbeidsmarkt, materiaaltekorten, netcongestie en de stikstofcrisis vormen allemaal een belemmering. Het PBL heeft deze meegenomen in de onzekerheidsanalyse.

Specifiek voor de gebouwde omgeving speelt arbeidsmarktkrapte een prominente rol. Verduurzamingsmaatregelen zijn relatief arbeidsintensief. Bij geagendeerd beleid moet rekening worden gehouden met een lage beschikbaarheid in mankracht voor de uitvoering van plannen. Het PBL waarschuwt dat dit bij woning- en gebouweigenaren mogelijk kan leiden tot de keuze voor een vervangende cv-ketel in plaats van een nieuwe (hybride) warmtepomp. 

Kortom, de uiteindelijke effecten van geagendeerde reductiemaatregelen voor de gebouwde omgeving zijn zo helder als koffiedik. Daarnaast zorgt het tekort aan handen eerder voor vertraging dan voor versnelling. De klimaatdoelen voor 2030 blijven vooralsnog buiten zicht.

En toch: een oplossing

De klimaatdoelen – specifiek de energietransitie – lijken de wind van voren te krijgen. Toch biedt econic een oplossing voor woningcorporaties om de snelheid voor duurzame innovaties erin te houden.

Met ons uitgebreide netwerk van partnerinstallateurs en afspraken met leveranciers kunnen woningcorporaties vertrouwen op een tijdige uitvoering. Daarnaast neemt econic de materiaal- én installatiekosten volledig op zich. Het duurzame energiesysteem – onder andere warmtepompen en zonnepanelen – blijft eigendom van econic, maar zorgt bij woningcorporaties en bewoners voor flinke kosten- en emissiereductie. 

Op deze manier maken wij het voor woningcorporaties in deze turbulente doch urgente tijden eenvoudig en financieel aantrekkelijk om te verduurzamen. 

Heb je interesse in onze werkwijze en wil je meer informatie? Op deze pagina staan alle stappen uitgebreid toegelicht, met voorbeelden van woningcorporaties die je voorgingen.

"Ondanks de potentie van geagendeerd beleid voor 5 á 6 megaton extra reductie, is deze daling nog niet voldoende om de klimaatdoelen te halen."